Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    versieren

    werkwoord | Taalniveau: A2

    decoraties aanbrengen voor een feest

    Voorbeeldzinnen met het woord versieren

    • "Ze versierden de zaal met ballonnen."
    • "Hij versierde de kerstboom met lichten."

    Idiomen

    • • de boel versieren

    Vervoeging van versieren

    Ik (nu) ik versier
    Hij/zij (nu) hij/zij versiert
    Wij (nu) wij versieren
    Verleden tijd versierde
    Voltooid deelw. versierd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over versieren

    Wat betekent versieren?
    decoraties aanbrengen voor een feest
    Op welk taalniveau hoort versieren?
    Het woord versieren hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je versieren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je versieren als volgt: ik ik versier, hij/zij hij/zij versiert, wij wij versieren.
    Wat is de verleden tijd van versieren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van versieren is: versierde.
    Wat is het voltooid deelwoord van versieren?
    Het voltooid deelwoord van versieren is: versierd.
    Gebruik je hebben of zijn bij versieren?
    Bij versieren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter