Was dit nuttig?
devakantie
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
vrije periode van school of werk
Voorbeeldzinnen met het woord vakantie
- "Ze gaan in de zomervakantie naar Spanje."
- "De vakantie duurt drie weken."
Idiomen
- • Op vakantie gaan
- • De vakantie van je leven
Veelgestelde vragen over vakantie
- Wat betekent vakantie?
- vrije periode van school of werk
- Op welk taalniveau hoort vakantie?
- Het woord vakantie hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van vakantie?
- Synoniemen van vakantie zijn: verlof, vrij.
- Is vakantie een de-woord of het-woord?
- Vakantie is een de-woord: de vakantie.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij vakantie
hetexamen
zelfstandig naamwoord
officiële toets waarmee kennis en vaardigheden formeel worde…
deinstroomtoets
zelfstandig naamwoord
toets waarmee het beginniveau van een leerling wordt vastges…
hetproefwerk
zelfstandig naamwoord
schriftelijke toets op school over een beperkt deel van de l…
hetlokaal
zelfstandig naamwoord
ruimte of klaslokaal in een school of gebouw
depen
zelfstandig naamwoord
schrijfinstrument gevuld met inkt
hetrapport
zelfstandig naamwoord
overzicht van behaalde cijfers op school