Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    devakantie

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1

    vrije periode van school of werk

    Voorbeeldzinnen met het woord vakantie

    • "Ze gaan in de zomervakantie naar Spanje."
    • "De vakantie duurt drie weken."

    Synoniemen van vakantie

    Idiomen

    • • Op vakantie gaan
    • • De vakantie van je leven

    Veelgestelde vragen over vakantie

    Wat betekent vakantie?
    vrije periode van school of werk
    Op welk taalniveau hoort vakantie?
    Het woord vakantie hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van vakantie?
    Synoniemen van vakantie zijn: verlof, vrij.
    Is vakantie een de-woord of het-woord?
    Vakantie is een de-woord: de vakantie.

    Delen

    Bladeren op letter