Was dit nuttig?
detuin
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
Stuk grond bij een huis waar planten en gras groeien
Voorbeeldzinnen met het woord tuin
- "De kinderen spelen in de tuin."
- "Hij werkt elke zaterdag in de tuin."
- "We hebben een grote tuin achter het huis."
Idiomen
- • Niet in de tuin van iemand kijken
Veelgestelde vragen over tuin
- Wat betekent tuin?
- Stuk grond bij een huis waar planten en gras groeien
- Op welk taalniveau hoort tuin?
- Het woord tuin hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van tuin?
- Synoniemen van tuin zijn: terras, perktuin, perk.
- Is tuin een de-woord of het-woord?
- Tuin is een de-woord: de tuin.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij tuin
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen