Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    trianguleren

    werkwoord | Taalniveau: B2

    gebruik maken van meerdere methoden of bronnen om bevindingen te valideren

    Voorbeeldzinnen met het woord trianguleren

    • "Ze trianguleert haar data via interviews en observaties."
    • "Triangulatie vergroot de betrouwbaarheid van het onderzoek."

    Synoniemen van trianguleren

    Vervoeging van trianguleren

    Ik (nu) ik trianguleer
    Hij/zij (nu) hij trianguleert
    Wij (nu) wij trianguleren
    Verleden tijd trianguleerde
    Voltooid deelw. getrianguleerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over trianguleren

    Wat betekent trianguleren?
    gebruik maken van meerdere methoden of bronnen om bevindingen te valideren
    Op welk taalniveau hoort trianguleren?
    Het woord trianguleren hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van trianguleren?
    Synoniemen van trianguleren zijn: kruisvalideren.
    Hoe vervoeg je trianguleren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je trianguleren als volgt: ik ik trianguleer, hij/zij hij trianguleert, wij wij trianguleren.
    Wat is de verleden tijd van trianguleren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van trianguleren is: trianguleerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van trianguleren?
    Het voltooid deelwoord van trianguleren is: getrianguleerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij trianguleren?
    Bij trianguleren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter