Was dit nuttig?
detram
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
Elektrisch voertuig op rails dat door de stad rijdt
Voorbeeldzinnen met het woord tram
- "De tram stopt voor ons huis."
- "Ze neemt de tram naar het ziekenhuis."
- "De tram lijn 1 gaat naar het strand."
Synoniemen van tram
Idiomen
- • De tram halen.
- • Iemand voor de tram lopen.
Veelgestelde vragen over tram
- Wat betekent tram?
- Elektrisch voertuig op rails dat door de stad rijdt
- Op welk taalniveau hoort tram?
- Het woord tram hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van tram?
- Synoniemen van tram zijn: stadstram, ijzeren paard.
- Is tram een de-woord of het-woord?
- Tram is een de-woord: de tram.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij tram
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto