Was dit nuttig?
detrainer
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
persoon die anderen traint of coacht
Voorbeeldzinnen met het woord trainer
- "De trainer leidde de warming-up."
- "Hij is de nieuwe trainer van het voetbalteam."
Synoniemen van trainer
Veelgestelde vragen over trainer
- Wat betekent trainer?
- persoon die anderen traint of coacht
- Op welk taalniveau hoort trainer?
- Het woord trainer hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van trainer?
- Synoniemen van trainer zijn: coach, instructeur.
- Is trainer een de-woord of het-woord?
- Trainer is een de-woord: de trainer.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij trainer
decollega
zelfstandig naamwoord
iemand waarmee je samenwerkt op hetzelfde werk of in dezelfd…
hetambacht
zelfstandig naamwoord
een beroep waarbij men met de handen vakkundig producten maa…
deverpleegster
zelfstandig naamwoord
vrouwelijke zorgverlener in een ziekenhuis
dekok
zelfstandig naamwoord
iemand die professioneel eten bereidt in een restaurant of k…
demedewerker
zelfstandig naamwoord
iemand die ergens werkt en deel uitmaakt van een team of org…
deassistent
zelfstandig naamwoord
iemand die een andere persoon helpt bij zijn werk
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen