Was dit nuttig?
detoetsweek
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
week waarin meerdere toetsen of proefwerken worden afgenomen
Voorbeeldzinnen met het woord toetsweek
- "Ze bereidt zich voor op de toetsweek in november."
- "Tijdens de toetsweek heeft ze elke dag een toets."
Synoniemen van toetsweek
Veelgestelde vragen over toetsweek
- Wat betekent toetsweek?
- week waarin meerdere toetsen of proefwerken worden afgenomen
- Op welk taalniveau hoort toetsweek?
- Het woord toetsweek hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van toetsweek?
- Synoniemen van toetsweek zijn: proefwerkweek, toetsperiode.
- Is toetsweek een de-woord of het-woord?
- Toetsweek is een de-woord: de toetsweek.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij toetsweek
detekst
zelfstandig naamwoord
een reeks geschreven of gesproken woorden met een boodschap
devraag
zelfstandig naamwoord
een zin of uiting waarmee je om informatie vraagt
devrijstelling
zelfstandig naamwoord
ontheffing van de plicht om een les of vak te volgen
deaandacht
zelfstandig naamwoord
de geestelijke aanwezigheid en focus op iets
hetomega
zelfstandig naamwoord
de laatste letter van het Griekse alfabet; symbool voor het …
dezorgcoördinator
zelfstandig naamwoord
medewerker die leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte b…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen