Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    detoetsweek

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    week waarin meerdere toetsen of proefwerken worden afgenomen

    Voorbeeldzinnen met het woord toetsweek

    • "Ze bereidt zich voor op de toetsweek in november."
    • "Tijdens de toetsweek heeft ze elke dag een toets."

    Synoniemen van toetsweek

    Veelgestelde vragen over toetsweek

    Wat betekent toetsweek?
    week waarin meerdere toetsen of proefwerken worden afgenomen
    Op welk taalniveau hoort toetsweek?
    Het woord toetsweek hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van toetsweek?
    Synoniemen van toetsweek zijn: proefwerkweek, toetsperiode.
    Is toetsweek een de-woord of het-woord?
    Toetsweek is een de-woord: de toetsweek.

    Delen

    Bladeren op letter