Was dit nuttig?
detoerist
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
iemand die op vakantie een plaats bezoekt
Voorbeeldzinnen met het woord toerist
- "Amsterdam trekt veel toeristen."
- "De toerist vroeg de weg aan de balie."
Synoniemen van toerist
Veelgestelde vragen over toerist
- Wat betekent toerist?
- iemand die op vakantie een plaats bezoekt
- Op welk taalniveau hoort toerist?
- Het woord toerist hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van toerist?
- Synoniemen van toerist zijn: bezoeker, vakantieganger.
- Is toerist een de-woord of het-woord?
- Toerist is een de-woord: de toerist.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij toerist
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
dedreun
zelfstandig naamwoord
een harde, zware klap of een eentonig, bonkend geluid
hettijdstip
zelfstandig naamwoord
een bepaald moment op de dag
dedwerg
zelfstandig naamwoord
een buitengewoon klein menselijk wezen; ook: een fantasiewez…