Was dit nuttig?
thuis
bijwoord | Taalniveau: A1
op de eigen woonplaats, bij je huis
Voorbeeldzinnen met het woord thuis
- "Ze is om zes uur thuis."
- "Hij werkt vandaag thuis."
Synoniemen van thuis
Idiomen
- • Ergens thuis zijn in
Veelgestelde vragen over thuis
- Wat betekent thuis?
- op de eigen woonplaats, bij je huis
- Op welk taalniveau hoort thuis?
- Het woord thuis hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van thuis?
- Synoniemen van thuis zijn: huiswaarts, naar huis.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij thuis
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
dedreun
zelfstandig naamwoord
een harde, zware klap of een eentonig, bonkend geluid