Was dit nuttig?
tanken
werkwoord | Taalniveau: A1
brandstof toevoegen aan een voertuig
Voorbeeldzinnen met het woord tanken
- "Hij tankt de auto vol voor de lange rit."
- "Ze tankt altijd bij hetzelfde station."
Idiomen
- • de accu opladen
Vervoeging van tanken
| Ik (nu) | ik tank |
| Hij/zij (nu) | hij/zij tankt |
| Wij (nu) | wij tanken |
| Verleden tijd | tankte |
| Voltooid deelw. | getankt |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over tanken
- Wat betekent tanken?
- brandstof toevoegen aan een voertuig
- Op welk taalniveau hoort tanken?
- Het woord tanken hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van tanken?
- Synoniemen van tanken zijn: bijvullen, voltanken.
- Hoe vervoeg je tanken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je tanken als volgt: ik ik tank, hij/zij hij/zij tankt, wij wij tanken.
- Wat is de verleden tijd van tanken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van tanken is: tankte.
- Wat is het voltooid deelwoord van tanken?
- Het voltooid deelwoord van tanken is: getankt.
- Gebruik je hebben of zijn bij tanken?
- Bij tanken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij tanken
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
stipt
bijvoeglijk naamwoord
precies op tijd, zonder vertraging
vol
bijvoeglijk naamwoord
met geen vrije plaatsen meer, volledig bezet
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
druk
bijvoeglijk naamwoord
met veel verkeer of mensen aanwezig