Was dit nuttig?
hetstuk
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
een afzonderlijk deel van iets; of een bepaald aantal
Voorbeeldzinnen met het woord stuk
- "Ik eet een stuk brood."
- "Geef mij een stuk van de taart."
Idiomen
- • Een stuk in zijn kraag hebben
- • Voor zijn stuk opkomen
Veelgestelde vragen over stuk
- Wat betekent stuk?
- een afzonderlijk deel van iets; of een bepaald aantal
- Op welk taalniveau hoort stuk?
- Het woord stuk hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van stuk?
- Synoniemen van stuk zijn: deel, gedeelte.
- Is stuk een de-woord of het-woord?
- Stuk is een het-woord: het stuk.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij stuk
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
dedreun
zelfstandig naamwoord
een harde, zware klap of een eentonig, bonkend geluid
hettijdstip
zelfstandig naamwoord
een bepaald moment op de dag
dedwerg
zelfstandig naamwoord
een buitengewoon klein menselijk wezen; ook: een fantasiewez…