Was dit nuttig?
desportschool
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
gebouw met fitnessapparatuur en ruimtes voor sporten en trainen
Voorbeeldzinnen met het woord sportschool
- "Hij gaat drie avonden per week naar de sportschool."
- "De sportschool heeft een zwembad, een fitnesszaal en groepslessen."
Synoniemen van sportschool
Idiomen
- • Naar de sportschool gaan
- • In de sportschool trainen
Veelgestelde vragen over sportschool
- Wat betekent sportschool?
- gebouw met fitnessapparatuur en ruimtes voor sporten en trainen
- Op welk taalniveau hoort sportschool?
- Het woord sportschool hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van sportschool?
- Synoniemen van sportschool zijn: fitnesszaal, gym, fitnesscentrum.
- Is sportschool een de-woord of het-woord?
- Sportschool is een de-woord: de sportschool.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij sportschool
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
deloopband
zelfstandig naamwoord
apparaat voor binnenshuis hardlopen op een bewegend band
deambitie
zelfstandig naamwoord
een sterke wens om iets te bereiken
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen