Was dit nuttig?
hetspeelgoed
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
voorwerpen waarmee kinderen spelen
Voorbeeldzinnen met het woord speelgoed
- "Sinterklaas bracht veel speelgoed voor de kinderen."
- "Ze kregen nieuw speelgoed op pakjesavond."
Synoniemen van speelgoed
Idiomen
- • Speelgoed voor grote jongens
- • Niet je speelgoed delen
Veelgestelde vragen over speelgoed
- Wat betekent speelgoed?
- voorwerpen waarmee kinderen spelen
- Op welk taalniveau hoort speelgoed?
- Het woord speelgoed hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van speelgoed?
- Synoniemen van speelgoed zijn: speeltjes.
- Is speelgoed een de-woord of het-woord?
- Speelgoed is een het-woord: het speelgoed.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij speelgoed
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
dekerstpudding
zelfstandig naamwoord
traditioneel Brits dessert met kerst