Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    deslag

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een harde klap of stoot met de hand, een wapen of voorwerp

    Voorbeeldzinnen met het woord slag

    • "De timmerman gaf een harde slag met de hamer op de spijker."
    • "Met één slag sloeg hij de bal over het net."

    Synoniemen van slag

    Idiomen

    • • Een slag om de arm houden
    2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    gewapend treffen of gevecht tussen twee legers of partijen

    Voorbeeldzinnen met het woord slag

    • "De slag bij Waterloo in 1815 markeerde het einde van Napoleons macht."
    • "De historicus beschreef de slag als een van de bloedigste uit de Europese geschiedenis."

    Synoniemen van slag

    Idiomen

    • • de slag leveren — de strijd aangaan
    3zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het regelmatige kloppen of pompen van het hart; hartritme

    Voorbeeldzinnen met het woord slag

    • "De verpleegkundige telde de hartslag van de patiënt: 72 slagen per minuut."
    • "Na de sprint voelde hij zijn hartslag bonken in zijn keel."

    Synoniemen van slag

    Idiomen

    • • Een slag om de arm houden

    Veelgestelde vragen over slag

    Wat betekent slag?
    een harde klap of stoot met de hand, een wapen of voorwerp
    Op welk taalniveau hoort slag?
    Het woord slag hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van slag?
    Synoniemen van slag zijn: klap, stoot.
    Is slag een de-woord of het-woord?
    Slag is een de-woord: de slag.

    Delen

    Bladeren op letter