hetraceweekend
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
de drie aaneengesloten dagen (vrijdag, zaterdag, zondag) waarop een Formule 1-evenement plaatsvindt, inclusief vrije trainingen, kwalificatie en race
Voorbeeldzinnen met het woord raceweekend
- "Tijdens een raceweekend zijn er meerdere sessies op de baan."
- "Het raceweekend in Spa-Francorchamps trekt elk jaar honderdduizenden toeschouwers."
Synoniemen van raceweekend
Veelgestelde vragen over raceweekend
- Wat betekent raceweekend?
- de drie aaneengesloten dagen (vrijdag, zaterdag, zondag) waarop een Formule 1-evenement plaatsvindt, inclusief vrije trainingen, kwalificatie en race
- Op welk taalniveau hoort raceweekend?
- Het woord raceweekend hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van raceweekend?
- Synoniemen van raceweekend zijn: F1-weekend, GP-weekend.
- Is raceweekend een de-woord of het-woord?
- Raceweekend is een het-woord: het raceweekend.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij raceweekend
brandstof die geheel of gedeeltelijk bestaat uit hernieuwbar…
de eerste startpositie op de startgrid, verdiend door de sne…
straf waarbij een coureur een aantal plaatsen naar achteren …
opstelling van alle auto's op de baan vóór het begin van de …
de grens van het officiële baanoppervlak, bepaald door de wi…
strategie waarbij een coureur eerder dan zijn concurrent een…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen