Was dit nuttig?
depraal
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B2
grote, opzichtige pracht en rijkdom die tentoongespreid wordt om indruk te maken
Voorbeeldzinnen met het woord praal
- "De praal van het paleis imponeerde de buitenlandse delegatie enorm."
- "Ondanks al zijn praal bleef hij in het dagelijks leven een bescheiden man."
Idiomen
- • praal en prunk — overdadige rijkdom en uiterlijk vertoon
Veelgestelde vragen over praal
- Wat betekent praal?
- grote, opzichtige pracht en rijkdom die tentoongespreid wordt om indruk te maken
- Op welk taalniveau hoort praal?
- Het woord praal hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van praal?
- Synoniemen van praal zijn: pracht, weelde.
- Is praal een de-woord of het-woord?
- Praal is een de-woord: de praal.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij praal
defolklore
zelfstandig naamwoord
traditionele cultuur, verhalen, gebruiken en liederen van ee…
hetpenseel
zelfstandig naamwoord
verfwerktuig bestaande uit een steel met haren waarmee verf …
decoulissen
zelfstandig naamwoord
zijpanelen van een theaterpodium die buiten het zicht van he…
demonoloog
zelfstandig naamwoord
lange alleenspraak waarbij anderen niet de kans krijgen te r…
hetkoor
zelfstandig naamwoord
groep zangers die samen optreden onder leiding van een dirig…
deexpositie
zelfstandig naamwoord
openbare presentatie van kunstwerken of culturele objecten