Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    pocheren

    werkwoord | Taalniveau: B2

    eten zacht garen in heet maar niet kokend water of bouillon

    Voorbeeldzinnen met het woord pocheren

    • "Ze pocheert een ei in zacht sudderend water met azijn."
    • "Gepocheerde zalm blijft zacht en sappig."

    Synoniemen van pocheren

    Vervoeging van pocheren

    Ik (nu) pocheer
    Hij/zij (nu) pocheert
    Wij (nu) pocheren
    Verleden tijd pocheerde
    Voltooid deelw. gepocheerd
    Hulpwerkwoord heeft

    Veelgestelde vragen over pocheren

    Wat betekent pocheren?
    eten zacht garen in heet maar niet kokend water of bouillon
    Op welk taalniveau hoort pocheren?
    Het woord pocheren hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van pocheren?
    Synoniemen van pocheren zijn: zachtkoken, garen.
    Hoe vervoeg je pocheren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je pocheren als volgt: ik pocheer, hij/zij pocheert, wij pocheren.
    Wat is de verleden tijd van pocheren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van pocheren is: pocheerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van pocheren?
    Het voltooid deelwoord van pocheren is: gepocheerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij pocheren?
    Bij pocheren gebruik je het hulpwerkwoord "heeft".

    Delen

    Bladeren op letter