Was dit nuttig?
pluis
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: B2
niet verdacht, in orde; in de uitdrukking "alles is pluis" ook als zelfstandig naamwoord gebruikt voor pluisjes stof of haar
Voorbeeldzinnen met het woord pluis
- "De politie controleerde de auto maar alles was pluis, dus reden ze door."
- "Ze veegde de pluis van haar zwarte jas voor ze naar de vergadering ging."
Veelgestelde vragen over pluis
- Wat betekent pluis?
- niet verdacht, in orde; in de uitdrukking "alles is pluis" ook als zelfstandig naamwoord gebruikt voor pluisjes stof of haar
- Op welk taalniveau hoort pluis?
- Het woord pluis hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van pluis?
- Synoniemen van pluis zijn: in orde, koosjer.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij pluis
eigen
bijvoeglijk naamwoord
toebehorend aan zichzelf; wat van jezelf is of bij jezelf ho…
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen