Was dit nuttig?
plaatsen
werkwoord | Taalniveau: A2
iets op een bepaalde plek neerzetten of monteren
Voorbeeldzinnen met het woord plaatsen
- "Ze plaatsten nieuwe ramen in het huis."
- "Ze plaatste een nieuwe lamp aan het plafond."
Idiomen
- • in de juiste context plaatsen
Vervoeging van plaatsen
| Ik (nu) | plaats |
| Hij/zij (nu) | plaatst |
| Wij (nu) | plaatsen |
| Verleden tijd | plaatste |
| Voltooid deelw. | geplaatst |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over plaatsen
- Wat betekent plaatsen?
- iets op een bepaalde plek neerzetten of monteren
- Op welk taalniveau hoort plaatsen?
- Het woord plaatsen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je plaatsen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je plaatsen als volgt: ik plaats, hij/zij plaatst, wij plaatsen.
- Wat is de verleden tijd van plaatsen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van plaatsen is: plaatste.
- Wat is het voltooid deelwoord van plaatsen?
- Het voltooid deelwoord van plaatsen is: geplaatst.
- Gebruik je hebben of zijn bij plaatsen?
- Bij plaatsen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij plaatsen
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen