Was dit nuttig?
depeuterspeelzaal
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
opvang en speelgroep voor kinderen van twee tot vier jaar
Voorbeeldzinnen met het woord peuterspeelzaal
- "Ze gaat twee ochtenden per week naar de peuterspeelzaal."
- "Op de peuterspeelzaal speelt hij met andere kinderen."
Synoniemen van peuterspeelzaal
Veelgestelde vragen over peuterspeelzaal
- Wat betekent peuterspeelzaal?
- opvang en speelgroep voor kinderen van twee tot vier jaar
- Op welk taalniveau hoort peuterspeelzaal?
- Het woord peuterspeelzaal hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van peuterspeelzaal?
- Synoniemen van peuterspeelzaal zijn: peuteropvang, speelgroep.
- Is peuterspeelzaal een de-woord of het-woord?
- Peuterspeelzaal is een de-woord: de peuterspeelzaal.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij peuterspeelzaal
detekst
zelfstandig naamwoord
een reeks geschreven of gesproken woorden met een boodschap
devraag
zelfstandig naamwoord
een zin of uiting waarmee je om informatie vraagt
devrijstelling
zelfstandig naamwoord
ontheffing van de plicht om een les of vak te volgen
deaandacht
zelfstandig naamwoord
de geestelijke aanwezigheid en focus op iets
hetomega
zelfstandig naamwoord
de laatste letter van het Griekse alfabet; symbool voor het …
dezorgcoördinator
zelfstandig naamwoord
medewerker die leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte b…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen