Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    pauzeren

    werkwoord | Taalniveau: A1

    tijdelijk stoppen met kijken, luisteren of een dienst gebruiken

    Voorbeeldzinnen met het woord pauzeren

    • "Ze pauzeerde de video om een aantekening te maken."
    • "Hij pauzeerde zijn abonnement tijdelijk."

    Idiomen

    • • even op adem komen

    Vervoeging van pauzeren

    Ik (nu) ik pauzeer
    Hij/zij (nu) hij pauzeert
    Wij (nu) wij pauzeren
    Verleden tijd pauzeerde
    Voltooid deelw. gepauzeerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over pauzeren

    Wat betekent pauzeren?
    tijdelijk stoppen met kijken, luisteren of een dienst gebruiken
    Op welk taalniveau hoort pauzeren?
    Het woord pauzeren hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je pauzeren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je pauzeren als volgt: ik ik pauzeer, hij/zij hij pauzeert, wij wij pauzeren.
    Wat is de verleden tijd van pauzeren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van pauzeren is: pauzeerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van pauzeren?
    Het voltooid deelwoord van pauzeren is: gepauzeerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij pauzeren?
    Bij pauzeren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter