Was dit nuttig?
depaprika
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
vruchtgroente in rood, geel of groen met een zoetige smaak
Voorbeeldzinnen met het woord paprika
- "Ze roerbakt rode paprika met ui en knoflook."
- "Paprika bevat veel vitamine C."
Veelgestelde vragen over paprika
- Wat betekent paprika?
- vruchtgroente in rood, geel of groen met een zoetige smaak
- Op welk taalniveau hoort paprika?
- Het woord paprika hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van paprika?
- Synoniemen van paprika zijn: capsicum, peper.
- Is paprika een de-woord of het-woord?
- Paprika is een de-woord: de paprika.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij paprika
hethapje
zelfstandig naamwoord
klein stukje eten dat wordt geserveerd bij een drankje
deamuse
zelfstandig naamwoord
klein gerechtje dat voor het voorgerecht wordt geserveerd al…
heteiwit
zelfstandig naamwoord
een essentieel voedingsstof opgebouwd uit aminozuren; ook: h…
deaal
zelfstandig naamwoord
een slangvormige vis die in zoet en zout water leeft
delamskoteletten
zelfstandig naamwoord
kleine koteletten van lamsvlees met bot
demargarine
zelfstandig naamwoord
plantaardig alternatief voor boter op brood of in de keuken