Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    depaasvakantie

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    Schoolvakantie rond de periode van Pasen, meestal twee weken in het voorjaar

    Voorbeeldzinnen met het woord paasvakantie

    • "In de paasvakantie gaan we naar de Ardennen."
    • "De paasvakantie begint volgende week."
    • "De kinderen zijn blij met de paasvakantie."

    Synoniemen van paasvakantie

    Veelgestelde vragen over paasvakantie

    Wat betekent paasvakantie?
    Schoolvakantie rond de periode van Pasen, meestal twee weken in het voorjaar
    Op welk taalniveau hoort paasvakantie?
    Het woord paasvakantie hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van paasvakantie?
    Synoniemen van paasvakantie zijn: lentevakantie.
    Is paasvakantie een de-woord of het-woord?
    Paasvakantie is een de-woord: de paasvakantie.

    Delen

    Bladeren op letter