Was dit nuttig?
omscholen
werkwoord | Taalniveau: B2
een nieuwe opleiding of training volgen om in een ander beroep of sector te kunnen werken
Voorbeeldzinnen met het woord omscholen
- "Na de automatisering van zijn functie besloot hij zich om te scholen tot datacertificering."
- "De overheid biedt subsidie aan werknemers die zich willen omscholen."
- "Veel fabrieksmedewerkers moeten zich omscholen omdat hun functie wordt geautomatiseerd."
- "Het omscholen naar een nieuwe sector vergt gemiddeld een tot drie jaar."
- "Lifelong learning wordt steeds belangrijker in een snel veranderende arbeidsmarkt."
Synoniemen van omscholen
Idiomen
- • een nieuw pad inslaan (omscholen en een andere richting kiezen in de loopbaan)
Waar komt het woord omscholen vandaan?
Omscholen is samengesteld uit om en scholen, afgeleid van school. School stamt van het Grieks skhole (vrije tijd, studie), via het Latijn schola. Het prefix om- geeft een wending of verandering aan. Het woord verwijst naar het opnieuw opleiden voor een ander beroep.
Vervoeging van omscholen
| Ik (nu) | school om |
| Hij/zij (nu) | schoolt om |
| Wij (nu) | omscholen |
| Verleden tijd | schoolde om |
| Voltooid deelw. | omgeschoold |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over omscholen
- Wat betekent omscholen?
- een nieuwe opleiding of training volgen om in een ander beroep of sector te kunnen werken
- Op welk taalniveau hoort omscholen?
- Het woord omscholen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van omscholen?
- Synoniemen van omscholen zijn: heropleiden, bijscholen, omtrainen.
- Hoe vervoeg je omscholen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je omscholen als volgt: ik school om, hij/zij schoolt om, wij omscholen.
- Wat is de verleden tijd van omscholen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van omscholen is: schoolde om.
- Wat is het voltooid deelwoord van omscholen?
- Het voltooid deelwoord van omscholen is: omgeschoold.
- Gebruik je hebben of zijn bij omscholen?
- Bij omscholen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij omscholen
decollega
zelfstandig naamwoord
iemand waarmee je samenwerkt op hetzelfde werk of in dezelfd…
hetambacht
zelfstandig naamwoord
een beroep waarbij men met de handen vakkundig producten maa…
deverpleegster
zelfstandig naamwoord
vrouwelijke zorgverlener in een ziekenhuis
dekok
zelfstandig naamwoord
iemand die professioneel eten bereidt in een restaurant of k…
demedewerker
zelfstandig naamwoord
iemand die ergens werkt en deel uitmaakt van een team of org…
deassistent
zelfstandig naamwoord
iemand die een andere persoon helpt bij zijn werk