Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    demonopolist

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: C1

    onderneming die de enige aanbieder is van een bepaald product of dienst

    Voorbeeldzinnen met het woord monopolist

    • "De spoorwegonderneming gedroeg zich jarenlang als een onaantastbare monopolist."
    • "Toezichthouders proberen te voorkomen dat een monopolist misbruik maakt van zijn positie."
    • "Een natuurlijke monopolist ontstaat wanneer schaalvoordelen concurrentie onmogelijk maken."
    • "De rechter verbood de fusie omdat het bedrijf anders een monopolist op de markt zou worden."
    • "Microsoft werd in de jaren negentig juridisch vervolgd als vermeende monopolist."

    Synoniemen van monopolist

    Idiomen

    • • zich gedragen als een monopolist (zijn machtspositie misbruiken zonder rekening met anderen te houden)

    Waar komt het woord monopolist vandaan?

    Monopolist komt uit het Griekse mono (alleen) en polein (verkopen). Het woord verwijst naar een marktpositie waarbij slechts een aanbieder bestaat voor een specifiek product. In de moderne economie is een monopolist vaak voorwerp van mededingingsregels die misbruik van marktmacht moeten voorkomen. In het Nederlands gangbaar sinds de negentiende eeuw.

    Veelgestelde vragen over monopolist

    Wat betekent monopolist?
    onderneming die de enige aanbieder is van een bepaald product of dienst
    Op welk taalniveau hoort monopolist?
    Het woord monopolist hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van monopolist?
    Synoniemen van monopolist zijn: alleenheerser, alleenverkoper.
    Is monopolist een de-woord of het-woord?
    Monopolist is een de-woord: de monopolist.

    Delen

    Bladeren op letter