Was dit nuttig?
demobiel
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het mobieltje
Draagbare telefoon.
Voorbeeldzinnen met het woord mobiel
- "Ik ben niet op mijn mobiel bereikbaar."
- "Ze heeft haar mobiel verloren."
- "De mobiel is bijna leeg."
Idiomen
- • Aan de telefoon hangen.
- • Altijd bereikbaar zijn.
- • Zijn mobiel pakken.
Veelgestelde vragen over mobiel
- Wat betekent mobiel?
- Draagbare telefoon.
- Op welk taalniveau hoort mobiel?
- Het woord mobiel hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van mobiel?
- Synoniemen van mobiel zijn: telefoon, gsm.
- Is mobiel een de-woord of het-woord?
- Mobiel is een de-woord: de mobiel.
- Wat is het verkleinwoord van mobiel?
- Het verkleinwoord van mobiel is: het het mobieltje.