Was dit nuttig?
los
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: A2
1bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2
niet vastgemaakt, bevestigd of gebonden; vrij bewegend
Voorbeeldzinnen met het woord los
- "De schroef was los en de deur rammelde bij elke windstoot."
- "De hond liep los door het park en genoot van de vrijheid."
Synoniemen van los
Idiomen
- • Iemand los laten
- • Het los van elkaar zien
- • Met losse handen fietsen
2bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1
niet gebonden aan een vaste betrekking; onafhankelijk of vrij
Voorbeeldzinnen met het woord los
- "Als freelancer werkte hij los van een vast dienstverband."
- "Ze nam losstaande opdrachten aan zonder vaste werkgever."
Synoniemen van los
Idiomen
- • Iemand los laten
- • Het los van elkaar zien
- • Met losse handen fietsen
Veelgestelde vragen over los
- Wat betekent los?
- niet vastgemaakt, bevestigd of gebonden; vrij bewegend
- Op welk taalniveau hoort los?
- Het woord los hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van los?
- Synoniemen van los zijn: vrij, onbevestigd.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij los
eigen
bijvoeglijk naamwoord
toebehorend aan zichzelf; wat van jezelf is of bij jezelf ho…
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
Gerelateerde taaltips
Meestgestelde of meest gestelde — wanneer schrijf je het aan elkaar?
Leer de eenvoudige regel
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.