Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hetkruis

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een figuur van twee lijnen die elkaar loodrecht snijden; ook: het christelijke symbool

    Voorbeeldzinnen met het woord kruis

    • "Ze zette een kruis bij de fout antwoorden op het proefwerk."
    • "Op de top van de kerk stond een groot gouden kruis."

    Synoniemen van kruis

    2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    punt waar twee lijnen, wegen of assen elkaar loodrecht snijden; kruispunt

    Voorbeeldzinnen met het woord kruis

    • "Rijd rechtdoor tot het kruis en sla dan linksaf naar de kerk."
    • "Op het kruis van de twee snelwegen staat een groot verkeersknooppunt."

    Synoniemen van kruis

    3zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het onderste deel van de rug ter hoogte van het heiligbeen

    Voorbeeldzinnen met het woord kruis

    • "Na de lange autoreis had ze pijn in haar kruis en moest ze even strekken."
    • "De fysiotherapeut masseerde haar kruis om de spanning in de lage rug te verlichten."

    Synoniemen van kruis

    Veelgestelde vragen over kruis

    Wat betekent kruis?
    een figuur van twee lijnen die elkaar loodrecht snijden; ook: het christelijke symbool
    Op welk taalniveau hoort kruis?
    Het woord kruis hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van kruis?
    Synoniemen van kruis zijn: kruisteken, plus.
    Is kruis een de-woord of het-woord?
    Kruis is een het-woord: het kruis.

    Delen

    Bladeren op letter