Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    koken

    werkwoord | Taalniveau: A1

    voedsel bereiden door het te verhitten, of water tot 100 °C brengen

    Voorbeeldzinnen met het woord koken

    • "Hij kookt elke avond een verse maaltijd."
    • "Ze kookte soep van groenten uit de tuin."

    Synoniemen van koken

    Idiomen

    • • Van woede koken
    • • Zijn eigen soepje koken

    Vervoeging van koken

    Ik (nu) kook
    Hij/zij (nu) kookt
    Wij (nu) koken
    Verleden tijd kookte
    Voltooid deelw. gekookt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over koken

    Wat betekent koken?
    voedsel bereiden door het te verhitten, of water tot 100 °C brengen
    Op welk taalniveau hoort koken?
    Het woord koken hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van koken?
    Synoniemen van koken zijn: bereiden, klaarmaken.
    Hoe vervoeg je koken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je koken als volgt: ik kook, hij/zij kookt, wij koken.
    Wat is de verleden tijd van koken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van koken is: kookte.
    Wat is het voltooid deelwoord van koken?
    Het voltooid deelwoord van koken is: gekookt.
    Gebruik je hebben of zijn bij koken?
    Bij koken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter