Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dekaart

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    speelkaart: een van de 52 kaarten in een standaard kaartspel met vier kleuren

    Voorbeeldzinnen met het woord kaart

    • "Hij trok een kaart van het spel en legde ze op tafel."
    • "Ze speelden een potje kaarten totdat het middernacht was."

    Synoniemen van kaart

    Idiomen

    • • De kaarten op tafel leggen
    • • Zijn kaarten goed uitspelen
    • • Op de kaart zetten
    2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    geografisch overzicht van een gebied op papier of digitaal

    Voorbeeldzinnen met het woord kaart

    • "De wandelaar vouwde de kaart open en zocht de route naar de hut."
    • "Op de kaart was te zien dat het dorp slechts drie kilometer van de camping lag."

    Synoniemen van kaart

    Idiomen

    • • De kaarten op tafel leggen
    • • Zijn kaarten goed uitspelen
    • • Op de kaart zetten
    3zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    klein stukje karton of plastic als identificatie, betaalmiddel of bericht

    Voorbeeldzinnen met het woord kaart

    • "Hij betaalde met zijn bankpas en hoefde geen contant geld bij zich te hebben."
    • "Ze stuurde een kaart vanuit Italië met de mededeling: "Hier is het prachtig!"."

    Synoniemen van kaart

    Idiomen

    • • De kaarten op tafel leggen
    • • Zijn kaarten goed uitspelen
    • • Op de kaart zetten

    Veelgestelde vragen over kaart

    Wat betekent kaart?
    speelkaart: een van de 52 kaarten in een standaard kaartspel met vier kleuren
    Op welk taalniveau hoort kaart?
    Het woord kaart hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van kaart?
    Synoniemen van kaart zijn: speelkaart.
    Is kaart een de-woord of het-woord?
    Kaart is een de-woord: de kaart.

    Delen

    Bladeren op letter