Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    irrigeren

    werkwoord | Taalniveau: B2

    land of gewassen van water voorzien via een irrigatiesysteem

    Voorbeeldzinnen met het woord irrigeren

    • "Boeren in droge gebieden moeten hun velden irrigeren."
    • "Het systeem irrigeert automatisch als de grond droog is."

    Synoniemen van irrigeren

    Idiomen

    • • Droge grond irrigeren
    • • Op grote schaal irrigeren

    Vervoeging van irrigeren

    Ik (nu) irrigeer
    Hij/zij (nu) irrigeert
    Wij (nu) irrigeren
    Verleden tijd irrigeerde
    Voltooid deelw. geirrigeerd
    Hulpwerkwoord heeft

    Veelgestelde vragen over irrigeren

    Wat betekent irrigeren?
    land of gewassen van water voorzien via een irrigatiesysteem
    Op welk taalniveau hoort irrigeren?
    Het woord irrigeren hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van irrigeren?
    Synoniemen van irrigeren zijn: beregenen, bevloeien.
    Hoe vervoeg je irrigeren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je irrigeren als volgt: ik irrigeer, hij/zij irrigeert, wij irrigeren.
    Wat is de verleden tijd van irrigeren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van irrigeren is: irrigeerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van irrigeren?
    Het voltooid deelwoord van irrigeren is: geirrigeerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij irrigeren?
    Bij irrigeren gebruik je het hulpwerkwoord "heeft".

    Delen

    Bladeren op letter