Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    instaleren

    werkwoord | Taalniveau: A2

    een app of programma op een apparaat zetten

    Voorbeeldzinnen met het woord instaleren

    • "Ze installeerde de app via de app store."
    • "Hij installeerde de update vlak voor de vergadering."

    Idiomen

    • • een programma instaleren

    Vervoeging van instaleren

    Ik (nu) ik installeer
    Hij/zij (nu) hij installeert
    Wij (nu) wij installeren
    Verleden tijd installeerde
    Voltooid deelw. geïnstalleerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over instaleren

    Wat betekent instaleren?
    een app of programma op een apparaat zetten
    Op welk taalniveau hoort instaleren?
    Het woord instaleren hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je instaleren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je instaleren als volgt: ik ik installeer, hij/zij hij installeert, wij wij installeren.
    Wat is de verleden tijd van instaleren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van instaleren is: installeerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van instaleren?
    Het voltooid deelwoord van instaleren is: geïnstalleerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij instaleren?
    Bij instaleren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter