Was dit nuttig?
instaleren
werkwoord | Taalniveau: A2
een app of programma op een apparaat zetten
Voorbeeldzinnen met het woord instaleren
- "Ze installeerde de app via de app store."
- "Hij installeerde de update vlak voor de vergadering."
Idiomen
- • een programma instaleren
Vervoeging van instaleren
| Ik (nu) | ik installeer |
| Hij/zij (nu) | hij installeert |
| Wij (nu) | wij installeren |
| Verleden tijd | installeerde |
| Voltooid deelw. | geïnstalleerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over instaleren
- Wat betekent instaleren?
- een app of programma op een apparaat zetten
- Op welk taalniveau hoort instaleren?
- Het woord instaleren hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je instaleren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je instaleren als volgt: ik ik installeer, hij/zij hij installeert, wij wij installeren.
- Wat is de verleden tijd van instaleren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van instaleren is: installeerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van instaleren?
- Het voltooid deelwoord van instaleren is: geïnstalleerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij instaleren?
- Bij instaleren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij instaleren
hetnetwerk
zelfstandig naamwoord
systeem van verbonden computers en apparaten die data uitwis…
deprivacy-instellingen
zelfstandig naamwoord
configuratie-opties waarmee je bepaalt wie je informatie kan…
debrowser
zelfstandig naamwoord
programma waarmee je websites op het internet kunt bekijken
debig data
zelfstandig naamwoord
enorme hoeveelheid digitale gegevens die te complex zijn voo…
hetdebuggen
zelfstandig naamwoord
het opsporen en verhelpen van fouten in software
derepository
zelfstandig naamwoord
opslagplaats voor broncode, vaak gecombineerd met versiebehe…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen