Was dit nuttig?
hetijs
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1
bevroren water of ijsje om te eten
Voorbeeldzinnen met het woord ijs
- "De kinderen schaatsten op het ijs."
- "Ze at een ijsje op het strand."
Idiomen
- • Het ijs breken
- • Op glad ijs komen
2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1
eetbaar snoepgoed van bevroren room of vruchtensap op een stokje of in een hoorntje
Voorbeeldzinnen met het woord ijs
- "Op een warme zomerdag at ze een bolletje ijs bij de ijskraam op de markt."
- "Als kind mocht hij altijd één ijs kiezen bij de ijscoman na schooltijd."
Synoniemen van ijs
Idiomen
- • Het ijs breken
- • Op glad ijs komen
Veelgestelde vragen over ijs
- Wat betekent ijs?
- bevroren water of ijsje om te eten
- Op welk taalniveau hoort ijs?
- Het woord ijs hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van ijs?
- Synoniemen van ijs zijn: ijsje, waterijs.
- Is ijs een de-woord of het-woord?
- Ijs is een het-woord: het ijs.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij ijs
dewolk
zelfstandig naamwoord
Massa van waterdruppeltjes of ijskristallen die in de lucht …
hetonweer
zelfstandig naamwoord
Hevig weer met bliksem en donder, vaak met hevige regen
dedooi
zelfstandig naamwoord
het smelten van ijs en sneeuw
degraad
zelfstandig naamwoord
eenheid voor temperatuur (°C)
debuien
zelfstandig naamwoord
meervoud van bui; korte regenbuien die snel voorbij trekken
dewind
zelfstandig naamwoord
Bewegende lucht die je kunt voelen