Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    huren

    werkwoord | Taalniveau: A2

    een woning tijdelijk gebruiken tegen betaling

    Voorbeeldzinnen met het woord huren

    • "Ze huren een appartement in het centrum."
    • "Ze huurden een woning aan de gracht."

    Idiomen

    • • voor niets gaat de zon op

    Vervoeging van huren

    Ik (nu) huur
    Hij/zij (nu) huurt
    Wij (nu) huren
    Verleden tijd huurde
    Voltooid deelw. gehuurd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over huren

    Wat betekent huren?
    een woning tijdelijk gebruiken tegen betaling
    Op welk taalniveau hoort huren?
    Het woord huren hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je huren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je huren als volgt: ik huur, hij/zij huurt, wij huren.
    Wat is de verleden tijd van huren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van huren is: huurde.
    Wat is het voltooid deelwoord van huren?
    Het voltooid deelwoord van huren is: gehuurd.
    Gebruik je hebben of zijn bij huren?
    Bij huren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter