Was dit nuttig?
hethotel
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
een gebouw waar mensen tegen betaling kunnen slapen en eten
Voorbeeldzinnen met het woord hotel
- "Ze sliepen in een hotel aan zee."
- "Het hotel heeft een zwembad en restaurant."
Idiomen
- • Hotel mama
Veelgestelde vragen over hotel
- Wat betekent hotel?
- een gebouw waar mensen tegen betaling kunnen slapen en eten
- Op welk taalniveau hoort hotel?
- Het woord hotel hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van hotel?
- Synoniemen van hotel zijn: logement, pension.
- Is hotel een de-woord of het-woord?
- Hotel is een het-woord: het hotel.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij hotel
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto