Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hethotel

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1

    een gebouw waar mensen tegen betaling kunnen slapen en eten

    Voorbeeldzinnen met het woord hotel

    • "Ze sliepen in een hotel aan zee."
    • "Het hotel heeft een zwembad en restaurant."

    Synoniemen van hotel

    Idiomen

    • • Hotel mama

    Veelgestelde vragen over hotel

    Wat betekent hotel?
    een gebouw waar mensen tegen betaling kunnen slapen en eten
    Op welk taalniveau hoort hotel?
    Het woord hotel hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van hotel?
    Synoniemen van hotel zijn: logement, pension.
    Is hotel een de-woord of het-woord?
    Hotel is een het-woord: het hotel.

    Delen

    Bladeren op letter