Was dit nuttig?
hethockey
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
sport waarbij je een bal met een stok in een doel slaat
Voorbeeldzinnen met het woord hockey
- "Ze speelt hockey bij een club."
- "Het hockeyteam won de finale."
Synoniemen van hockey
Veelgestelde vragen over hockey
- Wat betekent hockey?
- sport waarbij je een bal met een stok in een doel slaat
- Op welk taalniveau hoort hockey?
- Het woord hockey hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van hockey?
- Synoniemen van hockey zijn: veldhockey, ijshockey.
- Is hockey een de-woord of het-woord?
- Hockey is een het-woord: het hockey.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij hockey
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
deloopband
zelfstandig naamwoord
apparaat voor binnenshuis hardlopen op een bewegend band
deambitie
zelfstandig naamwoord
een sterke wens om iets te bereiken
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen