Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hangen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    bevestigd zijn aan iets zodat het naar beneden hangt of blijft hangen

    Voorbeeldzinnen met het woord hangen

    • "Ze hing een schilderij aan de muur."
    • "De jas hing aan de kapstok."

    Synoniemen van hangen

    Idiomen

    • • in de lucht hangen
    • • aan iemands lippen hangen

    Vervoeging van hangen

    Ik (nu) ik hang
    Hij/zij (nu) hij hangt
    Wij (nu) wij hangen
    Verleden tijd hing
    Voltooid deelw. gehangen
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over hangen

    Wat betekent hangen?
    bevestigd zijn aan iets zodat het naar beneden hangt of blijft hangen
    Op welk taalniveau hoort hangen?
    Het woord hangen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van hangen?
    Synoniemen van hangen zijn: bungelen, drapen, bevestigen.
    Hoe vervoeg je hangen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je hangen als volgt: ik ik hang, hij/zij hij hangt, wij wij hangen.
    Wat is de verleden tijd van hangen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van hangen is: hing.
    Wat is het voltooid deelwoord van hangen?
    Het voltooid deelwoord van hangen is: gehangen.
    Gebruik je hebben of zijn bij hangen?
    Bij hangen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter