Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dehandelsbalans

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B2

    het saldo tussen de import en export van een land of regio

    Voorbeeldzinnen met het woord handelsbalans

    • "Het kwartaalrapport liet een positieve handelsbalans van zes miljard euro zien."
    • "Een blijvend negatieve handelsbalans kan op termijn de munt verzwakken."
    • "Duitsland heeft jarenlang een opvallend grote positieve handelsbalans gehad binnen de eurozone."
    • "De handelsbalans wordt maandelijks gepubliceerd door het centraal bureau voor de statistiek."
    • "Energie-importen zijn vaak de grootste bron van een negatieve handelsbalans."

    Synoniemen van handelsbalans

    Waar komt het woord handelsbalans vandaan?

    Handelsbalans is een Nederlandse samenstelling van handel (uit het Middelnederlandse handelen, omgaan met of zaken doen) en balans (uit het Latijnse bilanx, met twee schalen). Het woord werd in de zeventiende eeuw populair in mercantilistische geschriften, waarin een gunstige handelsbalans als kerndoel van staatsbeleid werd gezien. Vandaag is het een centrale term in macro-economische statistieken.

    Veelgestelde vragen over handelsbalans

    Wat betekent handelsbalans?
    het saldo tussen de import en export van een land of regio
    Op welk taalniveau hoort handelsbalans?
    Het woord handelsbalans hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van handelsbalans?
    Synoniemen van handelsbalans zijn: exportoverschot, exporttekort.
    Is handelsbalans een de-woord of het-woord?
    Handelsbalans is een de-woord: de handelsbalans.

    Delen

    Bladeren op letter