Was dit nuttig?
dehanddoek
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
stof om je droog te maken na het wassen
Voorbeeldzinnen met het woord handdoek
- "Ze droogde haar handen aan de handdoek."
- "Na het douchen pakte ze een schone handdoek."
Synoniemen van handdoek
Idiomen
- • De handdoek in de ring gooien
Veelgestelde vragen over handdoek
- Wat betekent handdoek?
- stof om je droog te maken na het wassen
- Op welk taalniveau hoort handdoek?
- Het woord handdoek hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van handdoek?
- Synoniemen van handdoek zijn: badhanddoek.
- Is handdoek een de-woord of het-woord?
- Handdoek is een de-woord: de handdoek.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij handdoek
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen