Was dit nuttig?
deguurheid
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B2
onaangename combinatie van koude, wind en regen die het buiten zijn onprettig maakt
Voorbeeldzinnen met het woord guurheid
- "De guurheid van de novemberdag deed hem besluiten de jas thuis te laten — een vergissing."
- "Door de guurheid van het weer bleef het strand verlaten op die vrijdag."
- "De guurheid van het novemberklimaat kenmerkt het Nederlandse herfstseizoen."
- "Ondanks de guurheid gingen de wandelaars toch op pad met goede regenkleding."
- "In Schotland is guurheid een normaal onderdeel van het dagelijkse weerklimaat."
Synoniemen van guurheid
Waar komt het woord guurheid vandaan?
Guurheid is afgeleid van guur, van het Proto-Germaans gaurjaz, verwant met het Engelse dialectale gaur (onstuimig). Guur beschrijft onaangenaam, koud en winderig weer. Het achtervoegsel -heid geeft een abstracte hoedanigheid aan. Het woord wordt gebruikt om de gecombineerde onaangenaamheid van weerfactoren te beschrijven.
Veelgestelde vragen over guurheid
- Wat betekent guurheid?
- onaangename combinatie van koude, wind en regen die het buiten zijn onprettig maakt
- Op welk taalniveau hoort guurheid?
- Het woord guurheid hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van guurheid?
- Synoniemen van guurheid zijn: slechtweer, guur weer, kilheid.
- Is guurheid een de-woord of het-woord?
- Guurheid is een de-woord: de guurheid.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij guurheid
dewolk
zelfstandig naamwoord
Massa van waterdruppeltjes of ijskristallen die in de lucht …
hetonweer
zelfstandig naamwoord
Hevig weer met bliksem en donder, vaak met hevige regen
dedooi
zelfstandig naamwoord
het smelten van ijs en sneeuw
degraad
zelfstandig naamwoord
eenheid voor temperatuur (°C)
debuien
zelfstandig naamwoord
meervoud van bui; korte regenbuien die snel voorbij trekken
dewind
zelfstandig naamwoord
Bewegende lucht die je kunt voelen