Was dit nuttig?
groeien
werkwoord | Taalniveau: A1
in omvang, grootte of aantal toenemen
Voorbeeldzinnen met het woord groeien
- "De boom groeit elk jaar een stukje."
- "De bevolking van de stad groeide snel."
Synoniemen van groeien
Idiomen
- • boven zichzelf uitgroeien
- • naar iets toe groeien
Vervoeging van groeien
| Ik (nu) | groei |
| Hij/zij (nu) | groeit |
| Wij (nu) | groeien |
| Verleden tijd | groeide |
| Voltooid deelw. | gegroeid |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over groeien
- Wat betekent groeien?
- in omvang, grootte of aantal toenemen
- Op welk taalniveau hoort groeien?
- Het woord groeien hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van groeien?
- Synoniemen van groeien zijn: ontwikkelen, toenemen, bloeien.
- Hoe vervoeg je groeien in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je groeien als volgt: ik groei, hij/zij groeit, wij groeien.
- Wat is de verleden tijd van groeien?
- De verleden tijd (enkelvoud) van groeien is: groeide.
- Wat is het voltooid deelwoord van groeien?
- Het voltooid deelwoord van groeien is: gegroeid.
- Gebruik je hebben of zijn bij groeien?
- Bij groeien gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij groeien
drijven
werkwoord
op het water of in de lucht blijven zweven
debeuk
zelfstandig naamwoord
groot loofboom met gladde grijze schors
deomgeving
zelfstandig naamwoord
de ruimte en omstandigheden rondom iemand of iets
hetfluor
zelfstandig naamwoord
een giftig, bleekgeel chemisch element dat in tandpasta en d…
hetgrind
zelfstandig naamwoord
kleine ronde steentjes gebruikt voor paden, tuinen of als bo…
detulp
zelfstandig naamwoord
lentebloem uit een bol met een kelkvormige bloem