Was dit nuttig?
hetglas
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1
drinkglas of het materiaal glas
Voorbeeldzinnen met het woord glas
- "Hij dronk een glas melk."
- "Ze nam een glas water."
Synoniemen van glas
Idiomen
- • Het halfvolle glas zien
2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2
doorzichtig, hard materiaal voor ramen, flessen en spiegels
Voorbeeldzinnen met het woord glas
- "De glazenier zette kleurrijke stukjes glas in lood voor het kerkraam."
- "Het glas van de vitrine was gebroken door de inbreker."
Idiomen
- • Het halfvolle glas zien
Veelgestelde vragen over glas
- Wat betekent glas?
- drinkglas of het materiaal glas
- Op welk taalniveau hoort glas?
- Het woord glas hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van glas?
- Synoniemen van glas zijn: beker.
- Is glas een de-woord of het-woord?
- Glas is een het-woord: het glas.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij glas
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen