Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    generaliseren

    werkwoord | Taalniveau: B2

    het vermogen van een AI-model om geleerde patronen toe te passen op nieuwe ongeziene data

    Voorbeeldzinnen met het woord generaliseren

    • "Een goed model generaliseert naar nieuwe voorbeelden in plaats van trainingsdata te memoriseren."
    • "Het is een uitdaging om een model te trainen dat goed generaliseert over verschillende talen."
    • "Regularisatietechnieken helpen een model beter te generaliseren op testdata."
    • "Het model generaliseerde slecht naar afbeeldingen buiten de trainingsverdeling."
    • "Transfer learning maakt het mogelijk dat een model kennis generaliseert naar een nieuw domein."

    Synoniemen van generaliseren

    Waar komt het woord generaliseren vandaan?

    Generaliseren stamt van het Latijn generalis (algemeen), van genus (soort, geslacht). Via het Frans generaliser drong het in de achttiende eeuw het Nederlands binnen. In machine learning verwijst generaliseren naar de kernvaardigheid van een model om buiten de trainingsdata correct te presteren; het tegenovergestelde van overfitting.

    Vervoeging van generaliseren

    Ik (nu) ik generaliseer
    Hij/zij (nu) hij generaliseert
    Wij (nu) wij generaliseren
    Verleden tijd generaliseerde
    Voltooid deelw. gegeneraliseerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over generaliseren

    Wat betekent generaliseren?
    het vermogen van een AI-model om geleerde patronen toe te passen op nieuwe ongeziene data
    Op welk taalniveau hoort generaliseren?
    Het woord generaliseren hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van generaliseren?
    Synoniemen van generaliseren zijn: veralgemenen, extrapoleren.
    Hoe vervoeg je generaliseren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je generaliseren als volgt: ik ik generaliseer, hij/zij hij generaliseert, wij wij generaliseren.
    Wat is de verleden tijd van generaliseren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van generaliseren is: generaliseerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van generaliseren?
    Het voltooid deelwoord van generaliseren is: gegeneraliseerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij generaliseren?
    Bij generaliseren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter