Was dit nuttig?
hetfruit
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het fruitje
Zoet en sappig product van een plant of boom dat je kunt eten
Voorbeeldzinnen met het woord fruit
- "Ik eet elke dag een stuk fruit."
- "Appels en bananen zijn fruit."
- "Vers fruit is gezond."
Synoniemen van fruit
Idiomen
- • Laag hangend fruit plukken
Veelgestelde vragen over fruit
- Wat betekent fruit?
- Zoet en sappig product van een plant of boom dat je kunt eten
- Op welk taalniveau hoort fruit?
- Het woord fruit hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van fruit?
- Synoniemen van fruit zijn: vruchten, vers fruit, citrus.
- Is fruit een de-woord of het-woord?
- Fruit is een het-woord: het fruit.
- Wat is het verkleinwoord van fruit?
- Het verkleinwoord van fruit is: het het fruitje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij fruit
hethapje
zelfstandig naamwoord
klein stukje eten dat wordt geserveerd bij een drankje
deamuse
zelfstandig naamwoord
klein gerechtje dat voor het voorgerecht wordt geserveerd al…
heteiwit
zelfstandig naamwoord
een essentieel voedingsstof opgebouwd uit aminozuren; ook: h…
deaal
zelfstandig naamwoord
een slangvormige vis die in zoet en zout water leeft
delamskoteletten
zelfstandig naamwoord
kleine koteletten van lamsvlees met bot
demargarine
zelfstandig naamwoord
plantaardig alternatief voor boter op brood of in de keuken