Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    defoutmarge

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B2

    de toegestane of verwachte afwijking tussen de voorspelling van een model en de werkelijke waarde

    Voorbeeldzinnen met het woord foutmarge

    • "De foutmarge van het model bedroeg slechts twee procent op de testdataset."
    • "Bij veiligheidskritische systemen moet de foutmarge minimaal zijn."
    • "Een kleine foutmarge in navigatiesystemen kan bij autonome voertuigen grote gevolgen hebben."
    • "Statistici berekenen de foutmarge op basis van de omvang en verdeling van de steekproef."
    • "Het model liet een foutmarge zien die acceptabel was voor commercieel gebruik maar niet voor medische diagnose."

    Synoniemen van foutmarge

    Waar komt het woord foutmarge vandaan?

    Foutmarge is samengesteld uit fout (van Frans faute, Latijn fallita: vergissing) en marge (Latijn margo: rand, grens). In statistiek en meetkunde is foutmarge een standaardterm; via de informatica verspreidde het zich naar AI-evaluatiemethoden.

    Veelgestelde vragen over foutmarge

    Wat betekent foutmarge?
    de toegestane of verwachte afwijking tussen de voorspelling van een model en de werkelijke waarde
    Op welk taalniveau hoort foutmarge?
    Het woord foutmarge hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van foutmarge?
    Synoniemen van foutmarge zijn: afwijking, foutenbereik, tolerantie.
    Is foutmarge een de-woord of het-woord?
    Foutmarge is een de-woord: de foutmarge.

    Delen

    Bladeren op letter