Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    fluctueren

    werkwoord | Taalniveau: B2

    schommelen of veranderen, vooral in waarde of niveau

    Voorbeeldzinnen met het woord fluctueren

    • "De prijzen van energie fluctueren sterk per seizoen."
    • "Op de beurs fluctueren koersen voortdurend gedurende de dag."
    • "De temperatuur in deze regio fluctueert sterk tussen dag en nacht."
    • "Het gewicht van de patient bleef gedurende de behandeling fluctueren."
    • "Aandelen van technologiebedrijven fluctueren vaak heviger dan die van nutsbedrijven."

    Synoniemen van fluctueren

    Idiomen

    • • sterk fluctueren (heftig op en neer schommelen)

    Waar komt het woord fluctueren vandaan?

    Fluctueren komt van het Latijnse fluctuare, dat golven of op en neer bewegen betekent, afgeleid van fluctus (golf). Het woord werd in de zestiende eeuw in het Nederlands geleend en wordt vooral in technische, economische en wetenschappelijke contexten gebruikt. Vergelijk het Engelse to fluctuate en het Franse fluctuer.

    Vervoeging van fluctueren

    Ik (nu) fluctueer
    Hij/zij (nu) fluctueert
    Wij (nu) fluctueren
    Verleden tijd fluctueerde
    Voltooid deelw. gefluctueerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over fluctueren

    Wat betekent fluctueren?
    schommelen of veranderen, vooral in waarde of niveau
    Op welk taalniveau hoort fluctueren?
    Het woord fluctueren hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van fluctueren?
    Synoniemen van fluctueren zijn: schommelen, varieren.
    Hoe vervoeg je fluctueren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je fluctueren als volgt: ik fluctueer, hij/zij fluctueert, wij fluctueren.
    Wat is de verleden tijd van fluctueren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van fluctueren is: fluctueerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van fluctueren?
    Het voltooid deelwoord van fluctueren is: gefluctueerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij fluctueren?
    Bij fluctueren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter