Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    flashen

    werkwoord | Taalniveau: B2

    het installeren van nieuwe software of firmware op een apparaat; ook: iemand kort met lichten seinen

    Voorbeeldzinnen met het woord flashen

    • "Hij flasht zijn smartphone om de nieuwste Android-versie te installeren."
    • "De automobilist flashte met zijn lichten om de vrachtwagen te waarschuwen."

    Vervoeging van flashen

    Ik (nu) ik flash
    Hij/zij (nu) hij flasht
    Wij (nu) wij flashen
    Verleden tijd flashte
    Voltooid deelw. geflasht
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over flashen

    Wat betekent flashen?
    het installeren van nieuwe software of firmware op een apparaat; ook: iemand kort met lichten seinen
    Op welk taalniveau hoort flashen?
    Het woord flashen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je flashen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je flashen als volgt: ik ik flash, hij/zij hij flasht, wij wij flashen.
    Wat is de verleden tijd van flashen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van flashen is: flashte.
    Wat is het voltooid deelwoord van flashen?
    Het voltooid deelwoord van flashen is: geflasht.
    Gebruik je hebben of zijn bij flashen?
    Bij flashen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter