Was dit nuttig?
hetfeest
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het feestje
Vrolijke bijeenkomst of viering waarbij mensen samenkomen om iets te vieren
Voorbeeldzinnen met het woord feest
- "We geven een feest voor zijn verjaardag."
- "Het feest begint om acht uur 's avonds."
- "Ze organiseert elk jaar een groot feest."
Idiomen
- • Het feest kan niet op
- • Dat is een feestje voor mij
Veelgestelde vragen over feest
- Wat betekent feest?
- Vrolijke bijeenkomst of viering waarbij mensen samenkomen om iets te vieren
- Op welk taalniveau hoort feest?
- Het woord feest hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van feest?
- Synoniemen van feest zijn: viering, partij.
- Is feest een de-woord of het-woord?
- Feest is een het-woord: het feest.
- Wat is het verkleinwoord van feest?
- Het verkleinwoord van feest is: het het feestje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij feest
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
dekerstpudding
zelfstandig naamwoord
traditioneel Brits dessert met kerst