Was dit nuttig?
duren
werkwoord | Taalniveau: A1
een bepaalde tijd in beslag nemen; een tijdsduur hebben
Voorbeeldzinnen met het woord duren
- "De film duurt twee uur."
- "Hoe lang duurt de treinreis naar Amsterdam?"
Idiomen
- • goed ding duurt lang
- • zo lang als het duurt
Vervoeging van duren
| Ik (nu) | ik duur |
| Hij/zij (nu) | hij duurt |
| Wij (nu) | wij duren |
| Verleden tijd | duurde |
| Voltooid deelw. | geduurd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over duren
- Wat betekent duren?
- een bepaalde tijd in beslag nemen; een tijdsduur hebben
- Op welk taalniveau hoort duren?
- Het woord duren hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je duren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je duren als volgt: ik ik duur, hij/zij hij duurt, wij wij duren.
- Wat is de verleden tijd van duren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van duren is: duurde.
- Wat is het voltooid deelwoord van duren?
- Het voltooid deelwoord van duren is: geduurd.
- Gebruik je hebben of zijn bij duren?
- Bij duren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".