Was dit nuttig?
dedienst
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
een periode of taak waarvoor men beschikbaar of inzetbaar is
Voorbeeldzinnen met het woord dienst
- "De verpleegster had een nachtdienst van tien uur."
- "Hij draaide mee in de vroege dienst van zes uur ochtend."
Idiomen
- • iemand een dienst bewijzen (iemand helpen of een gunst verlenen)
- • buiten dienst zijn (tijdelijk niet beschikbaar of operationeel zijn)
Veelgestelde vragen over dienst
- Wat betekent dienst?
- een periode of taak waarvoor men beschikbaar of inzetbaar is
- Op welk taalniveau hoort dienst?
- Het woord dienst hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van dienst?
- Synoniemen van dienst zijn: shift, beurt.
- Is dienst een de-woord of het-woord?
- Dienst is een de-woord: de dienst.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij dienst
decollega
zelfstandig naamwoord
iemand waarmee je samenwerkt op hetzelfde werk of in dezelfd…
hetambacht
zelfstandig naamwoord
een beroep waarbij men met de handen vakkundig producten maa…
deverpleegster
zelfstandig naamwoord
vrouwelijke zorgverlener in een ziekenhuis
dekok
zelfstandig naamwoord
iemand die professioneel eten bereidt in een restaurant of k…
demedewerker
zelfstandig naamwoord
iemand die ergens werkt en deel uitmaakt van een team of org…
deassistent
zelfstandig naamwoord
iemand die een andere persoon helpt bij zijn werk
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen